Västgötaspets Vereniging Nederland 

Ras specifiek fokregelement voor de västgötaspets.

Ras Specifiek Fokreglement voor de Västgötaspets

onder auspiciën van de RAAD VAN BEHEER OP KYNOLOGISCH GEBIED IN NEDERLAND

Dit RFR is goedgekeurd op de ALV van de VVN op 5 april 2009.

1. ALGEMEEN

1.1 Het Rasspecifiek Fokreglement voor de Västgötaspets beoogt bij te dragen aan de

behartiging van de belangen van de Västgötaspets zoals deze zijn verwoord in de statuten en het

huishoudelijk reglement van de Västgötaspets Vereniging Nederland. Dit rasspecifiek fokreglement

is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de Västgötaspets Vereniging Nederland

op (datum). Inhoudelijke aanpassingen van dit Rasspecifiek Fokreglement kunnen uitsluitend

plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de Västgötaspets

Vereniging Nederland.

1.2 Dit Rasspecifiek Fokreglement geldt voor alle gecertificeerde fokkers van de rasvereniging,

de Västgötaspets Vereniging Nederland en voor alle overige fokkers die lid zijn van deze

rasvereniging.

1.3 De definities en regelgeving zoals deze zijn vastgesteld in het Kynologisch Reglement van

de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland zijn ook van toepassing op dit

Rasspecifiek Fokreglement.

1.4 Voor de gecertificeerde rasverenigingen is hoofdstuk (hoofdstuknummer nog in te vullen)

“Certificering Rasverenigingen en Rashondenfokkers” van het Kynologisch Reglement van

de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied van toepassing op dit Rasspecifiek

Fokreglement.

2. FOKREGELS

2.1. Verwantschap: beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als: ouder-kind of

(half)broer- half) zus

2.2. Herhaalcombinaties: de combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie)

mag twee nesten opleveren. De V.V.N. biedt de mogelijkheid voor dispensatie onder de

volgende voorwaarden:

2.2.1. tot ten hoogste het derde nest

2.2.2. alleen als in het totaal van twee nesten honden zijn geboren van één geslacht

2.3. Minimum leeftijd reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet

tenminste 18 maanden zijn.

2.4. Aantal dekkingen: een reu mag een onbeperkt aantal nesten per kalenderjaar

voortbrengen met een onbeperkt aantal nesten gedurende zijn leven.

2.5. Cryptorchide en monorchide: cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de

fokkerij.

2.6. Gebruik buitenlandse dekreuen: wanneer een Nederlandse gecertificeerde fokker voor

een dekking een reu gebruikt die in het stamboek van een door de FCI erkend buitenlands

stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de eisen die voor dekreuen

in dat betreffende land gelden. De controle of de dekreu aan de eisen van dit fokreglement

voldoet is een verantwoordelijkheid van de fokker.

2.7 Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen): als een gecertificeerde

fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een, in een door de FCI erkend

buitenlands stamboek ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze

dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in een

door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven dekreu betreft.

2.8. Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen): als een gecertificeerde

fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een overleden dekreu, dan gelden

daarvoor de regels alsof het sperma betreft van een nog in leven zijnde dekreu, hetzij dat

deze is ingeschreven in de Nederlandse stamboekhouding, hetzij dat deze is ingeschreven

in een door de FCI erkend buitenlands stamboek.

3. WELZIJNSREGELS

3.1. Minimum leeftijd teef: de teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 24

maanden.

3.2. Maximum leeftijd teef: de teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden

oud wordt.

3.3. Maximum leeftijd 1e dekking teef: de teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet

ouder zijn dan 72 maanden.

3.4. Periodiciteit nesten: een teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten

hebben, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest

minimaal 10 maanden moet zijn. De periode van 24 maanden start op de datum waarop de

dekking voor het eerste van de twee binnen deze periode geboren nesten heeft

plaatsgevonden.

3.5. Aantal nesten: een teef mag gedurende haar leven in Nederland maximaal 4 nesten

krijgen.

4. GEZONDHEIDSREGELS

4.1. Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten

plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de

Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde

onderzoeksprotocollen.

4.2. Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de

uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer

vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om

herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de

herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het

onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.

4.3. Epilepsie: ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.

5. GEDRAGSREGELS

5.1. Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de

rasstandaard zijn beschreven, of wanneer de rasstandaard geen (actuele) beschrijving van

het karakter bevat, zoals redelijkerwijs van het betreffende ras mag worden verwacht. Met

dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.

5.2. Gedragstest: de gedragstesten moeten plaatsvinden onder auspiciën en/of met

toestemming van de Commissie Gedrag van de Raad van Beheer conform de voor deze

testen opgestelde protocollen.

6. EXTERIEURREGELS

6.1. Kwalificatie: de beide ouderdieren moeten minimaal 2 keer hebben deelgenomen aan

een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie, een door de rasvereniging

georganiseerde kampioenschapsclubmatch of een fokgeschiktheidskeuring

georganiseerd door de rasvereniging en daar minimaal de kwalificatie ZG hebben behaald

onder verschillende keurmeesters

7. REGELS AFGIFTE PUPS

7.1. Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten

van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts

ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort.

7.2. Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 8

weken.

8. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

8.1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad van Beheer in overleg

met het bestuur van de rasvereniging.

8.2. Tegen beslissingen van de rasvereniging en/of de Raad van Beheer, waarbij een

belanghebbende rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen staat bezwaar en beroep open

bij de Commissie Certificering respectievelijk de Geschillencommissie voor de Kynologie,

overeenkomstig het bepaalde in het reglement betreffende de Geschillencommissie voor

de Kynologie

8.3. Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de

Raad van Beheer, in overleg met het bestuur van de rasvereniging, zorg voor aanvulling

van dit Rasspecifiek Fokreglement.

8.4. Zowel door de Raad van Beheer als door de rasvereniging kunnen ten aanzien van dit

reglement wijzigingen worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen

goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering van de rasvereniging of van een in de

statuten en huishoudelijk reglement van de rasvereniging anders bepaald orgaan of anders

bepaalde commissie en van de portefeuillehouder Certificering van het bestuur van de

Raad van Beheer.

8.5. Dit reglement is niet van toepassing op de inschrijving van honden die geboren worden uit

een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.

8.6. Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of

voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder

de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.

9. INWERKINGTREDING

9.1. Dit Rasspecifiek Fokreglement treedt in werking op het tijdstip zoals dit is bepaald in

het convenant Certificering dat de rasverenging met de Raad van Beheer sluit en

waar dit Rasspecifiek Fokreglement onderdeel van uitmaakt.

Terug